13. Gods onstuitbare gebeuren

De Thora, woord van leven.

‘Wie mijn geboden ontvangt
en ze onderhoudt,
hij is het die mij liefheeft;
en wie mij liefheeft,
zal door mijn Vader bemind worden,
en ook ik zal hem beminnen
en ik zal mij aan hem openbaren’.

Judas zegt hem, niet de man uit Qeriot:
‘Rabbi, hoe komt het dat aan ons jij jezelf
zult openbaren en niet aan de wereld?’

Jezus antwoordde en zei tot hem:
‘Als iemand mij liefheeft,
zal hij mijn woord onderhouden,
en mijn Vader zal hem liefhebben,
en wij zullen tot hem komen
en verblijf bij hem nemen’.

Johannes 14, 21-23

Het kan niet genoeg worden gezegd: het voltallige afscheidswoord van Jezus op zijn laatste avond kan in één lettergreep worden gekristalliseerd: liefde. Het woord ‘liefde’ (agapè) komt slechts éénmaal voor in het eerste deel van het vierde evangelie en zesmaal in het tweede; het werkwoord ‘liefhebben’ (agapen) respectievelijk vijfmaal en vijfentwintig maal. Het is hét woord van deze laatste avond. Brandpunt van alles wat nu geschiedt en wat daarna – dat wil zeggen: tot op de dag van vandaag – onstuitbaar geschieden zal.

Die liefde is niet kameraadschappelijkheid, niet minnedienst. Zij is het centrum, het ferment van alle geboden. Die geboden heten tezamen de Thora, de grondwet van alles. Het gebod van de liefde is, net als de geboden van recht en gerechtigheid, in Deuteronomium openbaring, wezensdeel zou men kunnen zeggen, van God zelf. De liefde is een modaliteit, een hoedanigheid van Jezus’ leven en tegenwoordigheid, zoals het oeroude gebod in Deuteronomium een manier is van Gods daadwerkelijke en dynamische tegenwoordigheid. De onderlinge liefde is de nieuwe wijze waarop Jezus aanwezig is en leeft, tussen en in zijn leerlingen en gevolglijk ook in zijn gemeente. Het is zaak, dat gebod niet alleen maar in de mond te hebben en, hoe goed bedoeld ook, te bewieroken; het gebod moet worden volbracht. Door het te doen – en niet alleen maar hoog te houden – houden de leerlingen en hun opvolgers, de gelovigen, Jezus levend in hun midden.

Liefde is op deze avond, als steeds tevoren, de eigennaam van God. Jezus en wie zich ‘van Jezus’ oftewel ‘christen’ noemen, worden gekenmerkt door hetzelfde wezen. Geloven is een werkwoord.

Dit bericht is geplaatst in Johannes 14. Bookmark de permalink.