9. In God blijven

De klaagmuur in Jeruzalem. Enig overgebleven stuk van de tweede tempel, die verwoest werd door de Romeinen in 70 n.Chr.

‘Vertrouw je niet,
dat ik in de Vader ben
en de Vader in mij?
De woorden die ik tot jullie spreek,
spreek ik niet uit mijzelf.
Maar de Vader die in mij verblijft,
doet zelf de werken.
Gelooft mij, dat ik in de Vader ben
en de Vader in mij;
Zo niet, gelooft het vanwege de werken’.

Johannes 14, 10-11

De beeldspraak ‘in God blijven’ komt veertig maal voor in het vierde evangelie en zevenendertig maal in de eerste en tweede brief van Johannes. Het is bij hem een lievelingswoord, een adagium. De Vader verblijft in Jezus, en de Jezus-gelovigen verblijven in hem.

Dat adagium ‘blijven in God’ is geen vondst of bedenksel van Johannes. Hij sluit daarbij aan bij de lange traditie in de joodse bijbel: ‘zou God dan werkelijk bij de mensen op aarde wonen? Zelfs de hemel en de hemel der hemelen kunnen U niet bevatten. Hoe dan deze tempel die ik gebouwd heb?’, verzucht Salomo (2 Kron.6,18). En: ‘de hele omtrek (van de heilige stad) meet achttienduizend el. En de stad heet voortaan: de Eeuwige is daar!’(Ex.48,35).

De tempel, de verblijfplaats van de Eeuwige, is inmiddels afgebroken; Johannes heeft die afbraak en die verwoesting in het jaar 70 zelf meegemaakt, misschien ook wel gezien… Die neergehaalde tempel heeft voor hem dan plaats gemaakt voor een nieuwe tempel, niet door mensenhanden gemaakt: de tempel van Jezus’ lichaam (Joh.2,21). Voor Johannes en de zijnen is Jezus de nieuwe tempel, waar de Eeuwige verblijft.

Dat is Johannes op zijn best. Het nieuwe liturgische trefwoord is Jezus zelf. Hij is de nieuwe tempel, het nieuwe godshuis, de enige ontmoetingsplaats tussen God en Zijn mensen. Voortaan is God nooit ergens anders te vinden dan daar. Er is geen andere ruimte denkbaar, waar de mens God raken kan en omgekeerd, dan de Messias Jezus.

Mijn goede moeder zei mij altijd als ik de deur van mijn ouderlijk huis voor enige tijd uit moest: ‘Jan, hou God voor ogen!’ Zij heeft de verblijfplaats van de Eeuwige instinctief maar o zo gelovig vermoed.

Dit bericht is geplaatst in Johannes 14. Bookmark de permalink.