6. Opstanding, terugkeer, thuiskomst

Eerste lenteblad aan een rode beuk (foto Arjan Broers).

En als ik weg ben gegaan
en voor jullie een plaats heb bereid,
kom ik weer terug
en neem ik jullie bij mij op,
opdat waar ik ben
ook jullie zijn.
En waar ik heen ga, dat weten jullie,
ook de weg daarheen (kennen jullie)’.

Johannes 14, 3-4

Het is al even gezegd: het weggaan van Jezus is geen definitief einde. Zijn aanstaande dood is niet wat hij schijnt te zijn: een eindpunt, een uiterste. Jezus zal na die dood, door die dood heen en ondanks die dood blijven: hij ‘is’ ergens, ‘in de Vader’, ‘bij de Vader’, hij ‘keert terug’, ‘jullie zullen mij zien’, ‘nog een korte tijd’, ‘op die dag’. Jezus is op dit punt onverwoestbaar en komt telkens en telkens weer op die zekerheid en die belofte terug. Het staat vast voor hem, als een huis. Sterker nog: als een rots van geloof.

In tegenstelling met wat velerlei theologie daarin later verstaan en beluisterd heeft, doelen Johannes en met zijn pen Jezus niet op een als het ware in de tijd vastliggende of te verwachten eschatologie of wat vaak werd aangeduid als een wederkomst op het einde der tijden. Jezus en Johannes duiden op de grote en beslissende ommekeer die kort na Jezus’ dood en door die dood heen zal plaatsvinden: de opstanding op Pasen. Pasen is de dag waarop alles wordt omgekeerd en opnieuw begint. Hij is alles ineen: opstanding uit de dood, maar ook en daarin terugkeer en thuiskomst.

De veertigdagentijd heeft – de liturgie zij gedankt – veertig dagen. Wij hebben volop tijd om dit mysterie nog veertig en misschien wel honderd maal te overwegen. Pasen is niet voor niets de ‘eerste’ dag der week. Dat wil zeggen: al wat volgt kan niet zonder.

Dit bericht is geplaatst in Johannes 14. Bookmark de permalink.

1 Response to 6. Opstanding, terugkeer, thuiskomst

  1. Fijn om in de Veertigdagentijd te kunnen lezen en je zo te bezinnen op de weg die Jezus ging. Mooie uitleg over Thomas. Dank voor de inspiratie.

Reacties zijn gesloten.