3. Een nieuw gebod: heb elkaar lief

Droombeeld God Stad Mens, van Willy Rams o.p.

‘Een nieuw gebod geef ik jullie:
dat jullie elkaar liefhebben,
zoals ik jullie heb liefgehad,
zo moeten jullie ook elkaar liefhebben.
Hierin zullen allen weten
dat jullie mijn leerlingen zijn,
als jullie liefde onder elkaar hebt’.

Johannes 13,34-35

Wat nu  gezegd wordt, lijkt op het eerste gezicht na het voorafgaande een onlogische en daardoor bevreemdende oproep. Voordien ging het over het aanstaande afscheid;  nu komt uit de mond van de spreker onverwacht een hartenkreet.

Waarom nu? De gehele woordenstroom van Jezus kan in wezen in één woord worden samengevat: liefde. Vlak bij de eerste  zin wordt dit woord hem in de mond gelegd. Het zal verderop keer op keer terugkomen.

Jullie moeten elkaar liefhebben. Daarom draait alles. De spreker aarzelt geen ogenblik om dit gebod nu ‘nieuw’ te noemen. Hij zal dit gebod later nog enkele malen herhalen, uitentreuren bijna (14,15.20; 15,12-17; 16,27; 17,21-26).

De joodse bijbel kende vanouds de liefde als het grootste gebod in de Wet. In het verleden heeft Jezus daar voortdurend en in velerlei variaties over gesproken. Het ‘nieuwe’ aan dit gebod nu is niet dat het opnieuw wordt ingescherpt en herhaald, maar dat het de aanhef is van een ‘nieuw’ testament,  het testament van Jezus zelf. Er wordt vanaf  nu voortdurend en onvermoeibaar herhaald, dat de leerlingen (en in hun voetspoor de gelovigen na hen) elkaar moeten liefhebben, ‘omdat’ en ‘zoals’ Jezus hen liefheeft, ja – meer nog – ‘omdat’ en ‘zoals’ Jezus de Vader liefheeft en de Vader hem. De liefde van de Vader tot Jezus is dus – en dat is het nieuwe van het gebod – maatstaf en stelregel voor de leerlingen en voor wie na hen komen onderling. Niet het gebod zelf is veranderd, maar de standaard en het voorbeeld ervoor.

De afscheid nemende Jezus zal dit binnenkort meermalen en vastberaden herhalen. Dit gebod is voor hem en voor degenen die hem aanhoren de kern, het hart van alles. Een gemeenschap zonder die liefde is helemaal geen gemeenschap. Als zij iets is, is zij zelfbedrog.

Dit bericht is geplaatst in Johannes 13. Bookmark de permalink.