2. Vaarwel en belofte

‘Kinderen, nog een korte tijd ben ik bij jullie;
jullie zullen mij zoeken,
en zoals ik tot de Judeeërs gezegd heb,
waar ik heen ga, kunnen jullie niet komen,
dat zeg ik ook tot jullie’.

Johannes, 13, 33

Door alles wat op de avond vóór Jezus’ dood gezegd wordt, loopt een rode draad. Die draad is het komend afscheid. Vanaf het begin tot het slot spreekt hier een mens die afscheid neemt, van het leven en van degenen die hem trouw zijn gebleven.

In totaal komen de woorden ‘gaan’ en ‘komen’ veertien maal in die toespraak voor: zij zijn het orgelpunt, het grondmotief in alles wat gezegd wordt. Er is een man die gaat, maar aan alles wat hij zegt, ligt ten grondslag dat hij terug zal komen. Om die schijnbare paradox draait alles. De toespraak is een vaarwel en tegelijk een belofte, en die twee zijn met elkaar vervlochten.

Van dat vaarwel maakt geen enkel woord van de toespraak een geheim. Dat afscheid zal ‘spoedig’ gebeuren, en het zal definitief zijn. Geen van degenen die aan tafel zitten, zullen hem volgen: dat afscheid is alleen door degene die spreekt te volbrengen; de anderen blijven achter, eenzaam en alleen. Zij zullen zonder hem verder moeten.

Maar dit is alleen maar de helft. Straks, ook heel spoedig, zal de spreker het hebben over ‘terugkomen’ en over ‘volgen’.  Johannes, of wie hij ook geweest moge zijn, heeft nu al woorden in petto die morgen en overmorgen nog veel scherper en overrompelender zullen klinken: de toespraak van Jezus begint bij nu, maar straks… Wacht maar: je zult wel zien.

Dit bericht is geplaatst in Johannes 13. Bookmark de permalink.

1 Reactie naar 2. Vaarwel en belofte

  1. Hanneke van Doornik schreef:

    Paradoxaal: we zijn nu hier leerlingen van Jezus. We zitten inderdaad “met hem aan tafel”. Als Jezus dan dit zegt, raakt me dat diep. Ik denk dat ik dan een domme leerling ben, die niet begrijpt wat hij bedoelt. Nee, niet weggaan!!!! We willen behouden wat we hebben.
    We proberen ons eigen leven en sterven zin te geven. Ook de gebeurtenissen en veranderingen om ons heen proberen we zin te geven. Alleen en zoekend zijn, is trouw blijven aan wat je samen leeft en vooral ook trouw worden aan wie je zelf wilt zijn. Jezus kondigt hier aan dat we alleen achter blijven. Bij de start van de vasten, vind ik dat een mooi punt om stil bij te blijven staan, om uit te zien naar wat komen gaat en om zelf na te denken over wat in mijn leven belangrijk is en wat ik vast wil houden of los wil laten.

Reacties zijn gesloten.