1. De tijd te boven

Johannes de ziener, icoon die de Bulgaarse kunstenaar Planen Stefanov ooit voor Jan Nieuwenhuis maakte.

Toen hij (Judas uit Qeriot) weg was gegaan, zegt Jezus:
‘Nu is de mensenzoon verheerlijkt,
en God is verheerlijkt in hem.
Als God verheerlijkt is in hem,
zal God hem ook in zichzelf verheerlijken
en hij zal hem spoedig verheerlijken’.

Johannes 13, 31-32

De woorden, die Jezus op de avond vóór zijn lijden in de mond worden gelegd, beginnen met een raadsel. In zijn hele evangelie wisselt Johannes voortdurend van tijd: van de verleden tijd naar de tegenwoordige en andersom. Ook hier begint hij onverwacht en een beetje wonderlijk met een onvoltooide tegenwoordige tijd. Zoals steeds wil hij benadrukken dat wat hij te zeggen heeft geen historisch verslag is van een verleden – dat wil zeggen: van een voorbije – gebeurtenis, maar een nabeschouwing over nu, over een eigentijds en hedendaags geschieden.

Het doen en spreken van Jezus  is nooit opgehouden; hier en nu is hij sprekende, de tijd te boven, actueel  en daadwerkelijk. Wie zijn woorden nu leest, is degene tot wie die woorden mede gericht zijn. Ik zit met hem aan tafel.

Dat woord van nu en straks begint met het mysterieuze ‘verheerlijking’.  Dat wil zeggen: alles wat gezegd en gedaan gaat worden, is geen noodlot, geen fataal drama, niet iets wat Jezus onverhoopt overkomt, maar de door hem aanvaarde en zelfs gewilde bekroning van zijn werk: te doen en te volbrengen wat God van eeuwigheid gewild heeft.

Vanaf de eerste regel doet Jezus bij Johannes weten, dat hij geen tragisch omgekomen  profeet is, maar de  verwezenlijking van hetgeen God vanaf den beginne altijd  gewild heeft en steeds weer herhaald. Wat nu komen gaat – menselijkerwijs gesproken – is geen einde, maar een begin. Vanaf zijn eerste woord wil  Jezus, dat ik deze waarheid goed en onweersprekelijk voor ogen heb.

Alles wat gebeurt, gebeurt spoedig, dat is: hier en nu.

Dit bericht is geplaatst in Johannes 13. Bookmark de permalink.

1 Reactie naar 1. De tijd te boven

  1. Karin Bornhijm schreef:

    De verhalen van Jezus naar het hier en nu brengen. Ja. Ook nu hebben deze verhalen ons iets te zeggen. Heeft Jezus ons iets te zeggen. Mooi hoe Johannes dat doet met die tijdswisseling. Hik alleen nog bij het woord ‘verheerlijken’. Een voor mij ouderwets woord met een associatie naar iets wat ver weg is, naar iets wat ver weg gezet wordt. Een paradoxale gedachte.

Reacties zijn gesloten.